verwacht dec. 2020 - boek
Het is jij of ik
Marilou Klapwijk

Het boek ‘Het is jij of ik’ van (beeldend) kunstenaar Marilou Klapwijk is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van de ander. Een verwondering over de verscheidenheid aan perspectieven. Met een archief van beelden en teksten uit het (digitale) leven gegrepen, toont ze ons juist nu het waardevolle grijs.
︎︎︎

verwacht sep. 2020
“Het boek als tentoonstelling”

Een essay van Anna-Sophie Springer vertaald door Rianne Zijderveld.


jun. 2020 - interview
Zoeken naar een begin dat al begonnen is

Een gesprek tussen kunstenaar Marilou Klapwijk en Rianne Zijderveld (UI_P). Over ‘het boek’ waar wij samen al een jaar over spreken.
︎︎︎

“Zoeken naar een begin dat al begonnen is”


07 juni 2020
Een gesprek tussen kunstenaar Marilou Klapwijk en Rianne Zijderveld (UI_P). Over ‘het boek’ waar wij samen al een jaar over spreken.



Rianne Zijderveld: Toen wij onze samenwerking ruim een jaar geleden begonnen, ontstond dit voornamelijk uit de wens voor een boek. Niet met een bepaald idee.

Marilou Klapwijk: Nul idee.

RZ. Hoe ben je de zoektocht naar inhoud begonnen?

MK: Het begon vooral met een zoektocht naar input en naar de kaders waarbinnen ik nieuwe beelden en teksten kon laten ontstaan. Ik ben met Mike (partner) naar Zwitserland gereden omdat ik een plaatje had gezien van een berg in de wolken en besloot dat als een beginpunt te nemen. Ik heb een foto van de berg gemaakt en een klein stukje tekst erover geschreven. Maar al snel realiseerde ik mij dat dat het niet was. Een foto van een willekeurige berg, op een willekeurige dag en een stukje tekst daarover.

RZ: Te bewust?

MK: Ik wilde denk ik, te graag en te snel, bij een onderwerp komen. En ik dacht door iets te ondernemen, dat dat zou gebeuren. Maar het bleef een beetje hol van binnen. Het hing er intussen ook vanaf met wie ik in gesprek ging over het boek. Ik sprak op een gegeven moment met mijn vader, een aardrijkskundeleraar, en plotseling ontstond er een zoektocht naar hoe je van hele grote dingen het midden kan meten. Dus wat is het midden van de woestijn. wat is het midden van het heelal, wat is het midden van the middle of nowhere.

RZ: Toen kreeg het dus opeens een wetenschappelijke inslag?

MK: Ja, tot ik terug dacht aan een moment waarin ik mijn vader een idee voorlegde. Ik wilde een soort machine maken die constant in beweging blijft, een perpetuum mobile. Dus ik legde mijn vader uit dat ik dat wilde maken, en ik vroeg hem “hoe zal ik dat doen?” waarop hij antwoordde  “Lou, als je dit kan maken dan staat de hele wereld bij je op de stoep! Dat is nog nooit iemand gelukt. Er zijn allemaal wetenschappers die hier al jaren hun hoofd over breken.” Toen heb ik de wetenschappelijke inslag achter mij gelaten.
Maar ondertussen had ik wel het één en ander opgeschreven, kwam ik vragen tegen, of stukjes tekst en ontdekte ik er dat er een archief aan het ontstaan was. Zo heb ik op Google Maps de hele kust van Portugal, Gibraltar, Spanje en Italië afgezocht naar zwembaden aan zee. Geleidt door een fascinatie voor zowel het zwembad, als het reizen door Google Maps. Dit documenteerde ik door elke stap een screenshot te nemen. Maar hoe stel je dan de voorwaarden voor deze zoektocht. Waar moet het zwembad aan voldoen? Wat is ‘aan zee’? En hoe beoordeel je dit van bovenaf? Vind ik nog zo een zwembad als die ene in Portugal waar het allemaal mee begon? Toen ik uiteindelijk in Italië de zoektocht staakte, werd mij duidelijk dat vooral juist (het beeld van) het archief een belangrijk onderdeel was.

RZ: Als ik jouw proces afgelopen jaar zou moeten omschrijven, is het een samenkomst van het totaal openstellen voor wat er maar gebeurd, tegenover het zoeken naar regels en voorwaarden waarbinnen dit plaatsvindt.

MK: Ik denk dat dat voor mij inherent is aan werk maken. Dat heb ik blijkbaar nodig. Of ik denk dit nodig te hebben. Ik kan mij nog een werkbespreking van een kunstenaar herinneren die zichzelf hele duidelijke regels had opgesteld over het maken van het werk. Ik gebruik deze kleur met dit formaat en het werk is zo en zo opgebouwd. Een soort ingrediënten waarmee je eindeloos dingen kan maken. Nu klinkt dat eigenlijk heel benauwend.

RZ: Vind je?

MK: Naja, ja, misschien. Ja.

RZ: Ik heb ook wel het idee dat je hierover met jezelf aan het strijden bent.

MK: Ja, want hoe laat je iets los als je erachter komt dat dat eigenlijk niet bruikbaar is, maar het gevoelsmatig al zo bij het boek is gaan horen. Daarbij, als je begint met het idee een boek te maken en je hebt inmiddels vijf onderwerpen, maar je komt erachter dat ze niet werken en je gooit ze weg. Dan heb je weer niets. Of je denkt dat je niets hebt. Ik wilde op een gegeven moment zo graag weten waar het boek over ging omdat ik wilde beginnen. Ik besefte me niet helemaal dat ik toen al begonnen was. Alleen niet volgens het huidige kader.

RZ: Wat is het onderwerp dat je uiteindelijk binnen het archief hebt gevonden?

MK: Voor mij gaat het boek over het onherleidbare aspect van de ander. Over dat ik nooit zal weten wat je denkt. Over dat je voor een ander altijd de ander bent. En in elke situatie een andere rol kan spelen. Daar ben ik me heel bewust van. Je bent de hele tijd iemand aan het zijn. Maar die iemand is onderhevig aan interpretatie, situatie en omstandigheden. Dat we toch constant bezig zijn met de beste versie zijn van onszelf. Maakt dat we misschien ook allemaal maar wat doen.

RZ: Je schrijft het boek in een jij-vorm, waardoor ik het gevoel krijg dat het boek tegen mij praat, het boek gaat een dialoog met mij aan. Is dat iets wat je wilde doen?

MK: Wat mij is opgevallen, is dat het absoluut over de ander gaat. In eerste instantie was de bedoeling dat er op het papier zelf een dialoog zou plaatsvinden, dus dat er een gesprek zou zijn tussen de ik en de jij maar dat is helemaal niet meer aan de hand. Het is een monoloog over een dialoog geworden. Wat ik daaraan lastig vond, was dat sommige teksten hierdoor heel verwijtend lijken, of best wel zwaarmoedig.

RZ: Maar een scherp randje vind ik wel herkenbaar aan jouw werk.

MK: Ja, er zit ook vaak wel een kritiek in, alleen niet hardop.

RZ: Vind je de kritiek luider in dit boek.

MK:  Ik ben in mijn woorden denk ik een stuk directer dan in mijn beeldend werk. Maar ik heb ook een liefde voor de relativerende onderbrekingen in het alledaagse. Een schrijnend stukje tekst over iemand die niet van de bank wilt komen, of de mogelijkheden niet ziet iets van de dag te maken, in vergelijking met een recent nieuwsbericht: […] stopt met het onthoofden van minderjarigen als straf. Daarmee wil ik niet zeggen dat de persoon op de bank zich niet moet aanstellen. Wel leg ik de nadruk op dat alles de hele tijd tegelijkertijd gebeurd. Alles gebeurd door elkaar heen ook. Hier wordt iemand verliefd, terwijl je ergens anders een hart kan horen breken. De hele wereld is nooit tegelijkertijd even gelukkig. Jammer wel.

Daarnaast worden we gedurende de dag geconfronteerd met dat alles. Het is bijna een luxe om ervoor te kiezen je telefoon een dag weg te leggen. Maar is het een verantwoorde keuze om het nieuws niet te volgen? Vol ongeloof staar ik soms naar de woorden die anderen de wereld in sturen. In recensies, chats of nieuwsberichten. Door de regels heen probeer ik te lezen waar iemand door geraakt is en stel ik me voor wat de reden was voor deze persoon om van zich te laten horen. Zelden komt dat tot een conclusie. Het is ook gewoon een verwondering.
RZ: Een verwondering van de diversiteit aan perspectieven.

MK: Dat.

RZ: Welke rol gaat beeld spelen in jouw boek? En hoe komen tekst en beeld samen?

MK: De beelden die in het boek zitten zijn foto’s die sneaky, terloops genomen zijn. Notitie gewijs, zoals ik ook al het andere noteer. Ik vind het lastig wanneer er een persoon zichtbaar is met gezicht en uitdrukking, wat voor uitdrukking dan ook. Ik besefte mij dat die persoon direct de jij of de ik wordt. Dus na dat besef heb ik alle foto’s verwijderd waar gezichten in zaten.

Het gaat eigenlijk ook over de handelingen die we doen, zonder dat we zichtbaar zijn. Als ik een recensie achterlaat ergens dan ben ik niet zichtbaar, zelfs als ik er met naam en toenaam bij sta. De notities die ik maak over dat iemand me iets te zeggen had. Dat gaat ook niet over wie dat precies zei. Het gaat over dat moment. Dus eigenlijk is het hele archief opgebouwd uit momenten en of ze nou zelf geschreven zijn, genoteerd of gefotografeerd, het is eigenlijk allemaal hetzelfde. Daarom moeten ze in het boek ook allemaal dezelfde waarde krijgen.

RZ: Volgende maand is de eerste versie af en gaan we naar de volgende fase. Is er iets waar je echt super erg naar uitkijkt?

MK: Naar december…

RZ: Ja? Zou je het boek nu in je handen willen hebben?

MK: Nee, ik heb daar helemaal geen haast bij. Ik kijk vooral heel erg uit naar het proces dat nog komt. De gesprekken, het overleg met de drukkers en de keuzes die gemaakt moeten worden. Dat het ook echt een boek wordt.

Het voelt heel echt. Het boek ‘and related matters’, was een heel vluchtig boek. Het ging eigenlijk alleen over intuïtie, over het bij elkaar zetten van beelden. En nu gaat het over zo veel meer. Dat het misschien ook wel jammer is dat het op een gegeven moment af is.


Het boek ‘Het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk zal eind 2020 uitgegeven worden door UNFORMED INFORMED PUBLISHING. In september start er een crowdfunding waarbij het boek besteld kan worden. Houdt onze website in de gaten voor meer informatie.